ECLI:NL:RBROT:2013:CA2768
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming bedrijfsruimte na niet-ontvankelijke dagvaarding tegen gezamenlijke erfgenamen
Edro Vastgoed B.V. en een medeeiser vorderden ontruiming van een onroerende zaak, bestaande uit een bedrijfsruimte en woonruimte, waarvan zij eigenaar zijn. De dagvaarding was gericht tegen de gezamenlijke erfgenamen van de overleden huurder, [A], en tegen de personen die in het pand verbleven (gedaagden sub 2). De dagvaarding jegens de gezamenlijke erfgenamen werd echter niet rechtsgeldig betekend, omdat de minderjarige erfgenaam, [gedaagde 2], procesonbekwaam is en het gezag over hem ontbrak. Hierdoor kon geen verstek worden verleend tegen de gezamenlijke erfgenamen en werd de dagvaarding jegens hen nietig verklaard.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de dagvaarding jegens gedaagden sub 2 wel rechtsgeldig was betekend en verleende verstek tegen hen. Gedaagden sub 2 werden veroordeeld om binnen twee weken de bedrijfsruimte te ontruimen en de sleutels af te geven, met uitzondering van zaken die eigendom zijn van eisers. De inboedel die toebehoort aan de nalatenschap van [A] wordt voor drie maanden in bewaring gegeven bij een door eisers aan te wijzen bewaarder.
De gevorderde machtiging om de ontruiming met behulp van politie en justitie uit te voeren werd afgewezen als overbodig. De geldvordering wegens huurachterstand werd afgewezen jegens gedaagden sub 2, omdat onvoldoende aannemelijk was dat zij als erfgenamen konden worden aangesproken. De verdere behandeling van de zaak, waaronder kostenbeslissingen, werd aangehouden tot een latere datum.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt gedaagden sub 2 tot ontruiming van de bedrijfsruimte binnen twee weken en verklaart de dagvaarding jegens de gezamenlijke erfgenamen nietig.