ECLI:NL:RBROT:2013:CA2578
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid onder Engels recht en Saint Vincent & Grenadines
Eiseressen, verzekeraars van contractuele wederpartijen, stelden gedaagde aansprakelijk als bestuurder van een offshore vennootschap gevestigd in Saint Vincent & Grenadines. Zij voerden aan dat gedaagde naliet het schip in zeewaardige staat te houden en meewerkte aan onrechtmatige overdracht van schepen, waardoor verhaal op de vennootschap werd ontnomen.
De rechtbank oordeelde dat het toepasselijke recht het recht van Saint Vincent & Grenadines is, gebaseerd op Engels common law en specifieke wetgeving voor international business companies. De bepalingen van de International Business Companies Act en de Companies Act 1994 bieden geen grondslag voor aansprakelijkheid van bestuurders tegenover derden zoals eiseressen.
De rechtbank paste de Caparo-test toe voor aansprakelijkheid wegens pure economische schade en concludeerde dat er geen voldoende proximiteit of duty of care bestond tussen gedaagde en eiseressen. Ook de overdracht van schepen leidde niet tot aansprakelijkheid omdat gedaagde niet persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden.
De vorderingen werden afgewezen en eiseressen werden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat bestuurdersaansprakelijkheid onder het toepasselijke recht beperkt is tot de vennootschap en betrokkenen binnen die vennootschap, niet tot externe schuldeisers.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van bestuurdersaansprakelijkheid jegens derden onder het toepasselijke recht.