ECLI:NL:RBROT:2013:CA1225
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 40 maanden gevangenisstraf voor langdurige cocaïnehandel en voorbereidingshandelingen
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden voor het gedurende tien maanden dealen in cocaïne, het bezit van ruim 3,5 kilogram cocaïne en het plegen van voorbereidingshandelingen zoals bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet. De bewezenverklaring beslaat de periode van 1 augustus 2011 tot 5 juni 2012, waarbij verdachte stoffen en voorwerpen bezat die bestemd waren voor het bewerken en verwerken van cocaïne.
De rechtbank achtte de dagvaarding geldig en wees de bewijsverweren van de verdediging af, die onder meer stelden dat verdachte slechts negen maanden cocaïne had verhandeld. Uit getuigenverklaringen en het dossier bleek voldoende aannemelijk dat de handel gedurende tien maanden plaatsvond. De rechtbank nam ook mee dat verdachte in 2002 al eens in aanraking was gekomen met justitie voor soortgelijke feiten.
De strafmotivering benadrukte de schadelijkheid van cocaïne voor de volksgezondheid en de maatschappelijke overlast die de handel veroorzaakt. Verdachte handelde vermoedelijk uit winstbejag en toonde geen berouw. Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte achtte de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De rechtbank wees het strafadvies van de officier van justitie af, die een hogere straf had geëist.
Daarnaast verklaarde de rechtbank de inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder geld en materialen voor de drugsbewerking, verbeurd. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf. Het vonnis werd uitgesproken op 28 mei 2013 door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf voor langdurige cocaïnehandel en voorbereidingshandelingen.