ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9930
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek boeteoplegging wegens overtreding prospectusplicht Wft
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan een vennootschap en haar feitelijk leidinggevende elk een bestuurlijke boete van €96.000 op wegens overtreding van artikel 5:2 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft), de prospectusplicht. De vennootschap bood certificaten aan waarbij de waardering van ingebrachte participaties van een derde vermoedelijk kunstmatig hoog was vastgesteld om de prospectusplicht te omzeilen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de boeteoplegging gebaseerd is op gedragingen die plaatsvonden vóór het nieuwe boetestelsel van 1 augustus 2009 en dat de zaak daarom volgens het oude regime beoordeeld moet worden. Verzoekster voerde aan dat de prospectusplicht niet gold vanwege een uitzondering in de Wft en dat de waardering van participaties correct was, maar de voorzieningenrechter verwierp deze stellingen.
De voorzieningenrechter achtte aannemelijk dat de prospectusplicht was overtreden en dat beleggers wettelijk verplichte informatie was onthouden. Ook werd geoordeeld dat de boetes niet disproportioneel waren gezien de ernst van de overtreding. De verzoeken om schorsing van de publicatie van de boetes werden afgewezen omdat openbaarmaking noodzakelijk is voor het toezicht op ordelijke en transparante financiële markten.
Tenslotte werd vastgesteld dat de feitelijk leidinggevende aansprakelijk is voor de overtreding en dat de AFM bevoegd was de boetes op te leggen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot schorsing van de boeteoplegging en publicatie af en bevestigt de boetes van €96.000 per partij.