ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9706
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- P.H. Veling
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid bij verstekverlening
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter mr. S.W. Kuip, die betrokken was bij een procedure waarin aanvankelijk verstek tegen gedaagde was verleend. Dit verstek bleek echter abusievelijk te zijn verleend en werd hersteld nadat de gemachtigde van gedaagde zich alsnog tijdig had gesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat de rechter geen onpartijdigheidsschending heeft begaan, ondanks dat niet strikt was voldaan aan de termijnen van het rolreglement.
De procedure kende een administratieve fout waarbij een fax van de gemachtigde van gedaagde niet tijdig was verwerkt, wat leidde tot de onjuiste verstekverlening. Nadat dit was hersteld, kreeg gedaagde alsnog de gelegenheid om te reageren. Verzoeker stelde dat de kantonrechter partijdig was omdat hij de conclusie van antwoord van gedaagde toeliet ondanks het verstrijken van de termijn en omdat eerdere verstekvonnissen in andere zaken anders waren behandeld.
De rechtbank oordeelde dat het rolreglement niet strikt van toepassing is indien dit strijdig is met wettelijke bepalingen omtrent griffierecht en dat de rechter het recht heeft om hiervan af te wijken. Ook is vastgesteld dat de rechter niet verantwoordelijk is voor administratieve fouten en dat deze fouten geen grond vormen voor het vermoeden van vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek is daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.