ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9299
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens huiselijk geweld en zorg voor kinderen
Partijen huren gezamenlijk een woning onder een laatste kans huurcontract met begeleiding vanwege eerdere problemen. Er is sprake van wederzijds huiselijk geweld, waardoor samenwonen onhoudbaar is. De kantonrechter hoeft niet te oordelen over schuldvraag, maar stelt vast dat het belang van de kinderen voorop staat.
De huurovereenkomst wordt ontbonden voor de medehuurder die de woning moet verlaten binnen twee dagen na betekening van het vonnis. De andere huurder, die het gezag en de zorg over de kinderen heeft, mag in de woning blijven. De kantonrechter wijst een verzoek tot ontruiming met politiehulp af, omdat de deurwaarder dit zonder rechterlijke tussenkomst kan doen.
De beslissing is gebaseerd op artikel 7:267 lid 7 BW Pro, waarbij de rechter naar billijkheid beslist wie de huur voortzet. De omstandigheden, waaronder de zorg voor jonge kinderen en de problematische situatie tussen partijen, maken het noodzakelijk dat de medehuurder vertrekt. De kosten van het geding worden aan de in het ongelijk gestelde partij opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde moet binnen twee dagen het gehuurde verlaten en eiseres mag in de woning blijven vanwege het belang van de kinderen.