ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8352
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderverhuur en inschrijvingen in GBA bij huurovereenkomst woonruimte
Op 16 maart 2010 verhuurde [Eiser 1] een deel van zijn pand in Dordrecht aan CWN B.V. De huurovereenkomst bepaalde dat het gehuurde uitsluitend als woonruimte diende en dat onderverhuur toegestaan was aan maximaal vier personen, die zich moesten inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA).
Er ontstond onenigheid over de uitleg van de onderhuurbepalingen, waarbij [Eiser 1] stelde dat de vier bewoners een duurzame gemeenschappelijke huishouding moesten voeren, terwijl CWN B.V. aanvoerde dat kamerverhuur aan vier personen was toegestaan. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst dit laatste toestond en dat CWN B.V. kamers mocht verhuren aan vier personen zonder dat zij een gemeenschappelijke huishouding hoefden te voeren.
Daarnaast was er sprake van inschrijvingen in de GBA van meer dan vier personen op het adres, wat niet was toegestaan. Uit correspondentie bleek dat [Gedaagde 2], directeur van CWN, betrokken was bij inschrijvingen van meer dan vier personen en dat een gedeelte van de huurovereenkomst was vervalst. De rechtbank stelde vast dat [Gedaagde 2] persoonlijk onrechtmatig had gehandeld en aansprakelijk was voor de gevolgen.
De rechtbank veroordeelde CWN en [Gedaagde 2] hoofdelijk om ervoor te zorgen dat maximaal vier personen op het pand staan ingeschreven en dat de tweede en derde verdieping slechts aan vier personen wordt verhuurd. Tevens werd een dwangsom opgelegd bij niet-naleving en werden de proceskosten aan de zijde van eisers toegewezen.
Uitkomst: CWN en [Gedaagde 2] worden veroordeeld om het aantal bewoners en inschrijvingen te beperken tot maximaal vier personen, onder dwangsom en met proceskostenveroordeling.