ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8347
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Halk
- Rentema
- Eerdhuijzen
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over pandrecht op assurantieportefeuille als vermogensrecht
De rechtbank Rotterdam behandelt een geschil tussen een bv en de curator in faillissementen over de vraag of een assurantieportefeuille als vermogensrecht kan worden aangemerkt. Dit is relevant voor de mogelijkheid om een pandrecht daarop te vestigen. De rechtbank constateert dat hierover discussie bestaat in de literatuur en dat eerdere beslissingen, zoals die van de rechter-commissaris in Roermond, een assurantieportefeuille als vermogensrecht kwalificeren.
Gezien het belang van een eenduidige rechtsontwikkeling en het voorkomen van tegenstrijdige uitspraken, besluit de rechtbank de prejudiciële vraag voor te leggen aan de Hoge Raad. De vraag luidt of een assurantieportefeuille een vermogensrecht is in de zin van artikel 3:6 BW Pro en of daarop een pandrecht gevestigd kan worden.
De rechtbank draagt de griffier op het vonnis onverwijld aan de Hoge Raad te zenden en houdt de beslissing op de eis aan totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. De zaak wordt verwezen naar de parkeerrol van 2 oktober 2013. Het vonnis is gewezen door de rechters Halk, Rentema en Eerdhuijzen en uitgesproken op 17 april 2013.
Uitkomst: De beslissing op de eis wordt aangehouden in afwachting van de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad over de kwalificatie van een assurantieportefeuille als vermogensrecht.