ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8325
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens overtreding rookverbod in horecagelegenheid niet vernietigd
Eiser kreeg drie bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtreding van het rookverbod in zijn horecagelegenheid "De Ouwe Tap". De boetes betroffen respectievelijk € 1.200, € 2.400 en € 2.400, gebaseerd op constateringen tijdens controles op 5 november 2010, 11 februari 2011 en 11 maart 2011.
Eiser voerde aan dat de oppervlakte van zijn horecagelegenheid minder dan 70 m2 bedroeg, omdat hij een schot had geplaatst waardoor het café kleiner was dan in de drank- en horecavergunning vermeld. Hij stelde dat dit een vrijstelling van het rookverbod mogelijk maakte. De rechtbank oordeelde echter dat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt, mede omdat de verklaring van de aannemer niet geloofwaardig was en in de processen-verbaal geen melding van een schot werd gemaakt. Bovendien was de gewijzigde vergunning met een oppervlakte van 68 m2 pas afgegeven op 2 december 2011, na de controles.
De rechtbank stelde vast dat tijdens de controles werd gerookt en dat eiser geen maatregelen had genomen om dit te voorkomen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen toezeggingen waren gedaan door controleambtenaren. De boetes waren vastgesteld volgens de juiste recidiveregels en matiging werd niet toegewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de opgelegde bestuurlijke boetes wegens overtreding van het rookverbod.