ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8322
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens onveilige wensballonnen deels vernietigd door rechtbank Rotterdam
Eiser kreeg twee bestuurlijke boetes opgelegd wegens het verhandelen van onveilige wensballonnen en het voeren van onjuiste veiligheidsinformatie op zijn website in de periode juni tot en met november 2010. De minister handhaafde deze boetes in een besluit van 1 juli 2011, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelt dat gedragingen die in het proces-verbaal van 8 april 2011 als constatering 2 en 3 zijn aangeduid, buiten de onderzoeksperiode vallen en derhalve niet als grondslag voor boetes kunnen dienen. De test van ballonnen in maart 2011 betrof producten die na de onderzoeksperiode zijn aangeleverd. Ook de vermelding op de website over wettelijke naleving dateert uit 2011, niet uit de periode in geding.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de boete van € 795,00 betreft wegens overtreding van artikel 19 van Pro de Warenwet, maar laat de boete van € 525,00 wegens overtreding van artikel 18 in Pro stand. Deze boete is gebaseerd op een aankoop van een onveilige wensballon op 12 november 2010, binnen de onderzoeksperiode. De rechtbank acht de boete terecht en wijst verweren van eiser af, waaronder het ontbreken van een waarschuwing en vermeende bewijsmanipulatie.
De rechtbank bepaalt dat de uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boete wegens overtreding van artikel 19 Warenwet, maar laat de boete wegens overtreding van artikel 18 in stand.