ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7282
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid verzoek rechter-commissaris na aanvang onderzoek ter terechtzitting
In deze zaak heeft bezwaarde op 26 februari 2013 een verzoek ingediend bij de rechter-commissaris om een getuige te horen, terwijl het onderzoek ter terechtzitting reeds op 15 november 2012 was aangevangen. De rechter-commissaris wees het verzoek af op grond van artikel 182 Sv Pro, omdat het verzoek niet betrof een strafbaar feit waarvoor bezwaarde werd vervolgd en omdat het onderzoek ter terechtzitting al was begonnen.
Bezwaarde stelde dat het verzoek als bedoeld in artikel 183 lid 1 Sv Pro moest worden opgevat, waarbij een ruimer criterium geldt voor onderzoekshandelingen, maar de rechtbank oordeelde dat het verzoek terecht als een verzoek op grond van artikel 182 Sv Pro was behandeld. De rechtbank onderzocht of de verdachte zich na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting nog rechtstreeks tot de rechter-commissaris kan wenden met een dergelijk verzoek en concludeerde dat dit niet het geval is.
De rechtbank baseerde zich op de Wet versterking positie rechter-commissaris en de gewijzigde artikelen van het Wetboek van Strafvordering, waarbij is vastgesteld dat na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting de rechter-commissaris niet zelfstandig op verzoeken kan beslissen zonder tussenkomst van de rechtbank. Het bezwaarschrift werd daarom gegrond verklaard, maar het verzoek kon niet alsnog inhoudelijk worden beoordeeld of terugverwezen worden naar de rechter-commissaris.
Uitkomst: Het verzoek aan de rechter-commissaris om onderzoekshandelingen te verrichten na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaarschrift is gegrond.