ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6780
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- B. van Velzen
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt aanwijzing DNB wegens onbetrouwbaarheid bestuurder trustkantoor
De zaak betreft een aanwijzing van De Nederlandsche Bank (DNB) aan een trustkantoor, waarbij aan de bestuurder is opgelegd het beleid niet meer te (mede)bepalen wegens een negatief betrouwbaarheidsoordeel. Dit oordeel is gebaseerd op het niet melden van boetes en de intrekking van een vergunning van een aanverwant trustkantoor, alsmede het verstrekken van onjuiste informatie over het arbeidsverleden van de bestuurder.
DNB had op grond van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) een onderzoek ingesteld na een vergunningaanvraag van een andere vennootschap waarbij de bestuurder betrokken was. Uit informatie van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) bleek dat er toezichtsantecedenten waren, waaronder onherroepelijke boetes en een intrekking van een vergunning, die niet tijdig waren gemeld. Daarnaast bleek dat de bestuurder onjuiste functies had vermeld in zijn curriculum vitae.
De rechtbank oordeelt dat DNB terecht mocht aannemen dat de bestuurder zijn meldingsplicht kende en dat het niet melden en het verstrekken van onjuiste informatie een gebrek aan betrouwbaarheid toont. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat DNB in redelijkheid de aanwijzing kon geven, ondanks het betoog van de bestuurder dat het besluit disproportioneel is gezien zijn leeftijd en de aard van het trustkantoor.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen schadevergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt het belang van integriteit en transparantie in het toezicht op trustkantoren en de strikte naleving van meldingsverplichtingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van DNB wegens onbetrouwbaarheid wordt ongegrond verklaard.