ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6106
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- P.H. Veling
- O.E.M. Leinarts
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken aanwijzingen voor vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A.J. Japenga, kantonrechter bij de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht. Verzoeker stelde dat de rechter de zaak niet objectief zou behandelen doordat hij de wederpartij in reconventie toestond een conclusie van dupliek in reconventie in te dienen, waardoor verzoeker niet het laatste woord zou hebben.
De rechtbank heeft het dossier bestudeerd en het wrakingsverzoek behandeld tijdens een zitting waarbij verzoeker aanwezig was, maar de rechter niet. De rechtbank oordeelde dat de gang van zaken in de procedure in overeenstemming is met het beginsel van hoor en wederhoor zoals neergelegd in artikel 19 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden of zwaarwegende aanwijzingen zijn die het vermoeden van onpartijdigheid kunnen doorbreken. Het feit dat de wederpartij in reconventie een conclusie van dupliek mocht indienen, leidt niet tot een vermoeden van vooringenomenheid.
Daarom wees de rechtbank het wrakingsverzoek af en bevestigde de onpartijdigheid van de rechter in deze zaak. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken op 2 april 2013.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.