ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6104
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- P.H. Veling
- O.E.M. Leinarts
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken van vooringenomenheid
Verzoeker heeft bij brief van 16 maart 2013 een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter W.F. Lubberink in een civiele procedure. Dit verzoek is behandeld door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam op 26 maart 2013. Verzoeker baseerde zijn wrakingsverzoek op een incident tijdens een comparitie waarbij de rechter een opmerking maakte over 'wij juristen', wat verzoeker als vooringenomenheid interpreteerde.
De rechtbank heeft het dossier bestudeerd en de zitting gehouden waarbij verzoeker zijn standpunt toelichtte. De rechter was niet aanwezig wegens verhindering. De rechtbank oordeelt dat de opmerking van de rechter niet wijst op vooringenomenheid, maar een reactie was op de door verzoeker geuite kritiek op juristen in het algemeen. Er is geen sprake van een verband tussen deurwaarderskantoren en de rechtbank, noch van een vooringenomen houding.
De rechtbank benadrukt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat verzoeker onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen heeft aangevoerd om dit vermoeden te weerleggen. De wraking wordt daarom afgewezen.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer bestaande uit voorzitter P.H. Veling en rechters O.E.M. Leinarts en P. Vrolijk, en is uitgesproken op 2 april 2013.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Lubberink wordt afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.