ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5157
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident over toepasselijkheid arbitraal beding en algemene voorwaarden in internationale koop van gedroogde appelringen
In deze civiele zaak stond een bevoegdheidsincident centraal waarbij de rechtbank moest beoordelen of zij bevoegd was kennis te nemen van een vordering in een internationale handelskoop van gedroogde appelringen. De eiseressen, gevestigd in Duitsland, vorderden betaling wegens schade door gebrekkige appelringen geleverd door de gedaagde, gevestigd in Nederland. De gedaagde beriep zich op een arbitraal beding opgenomen in de algemene voorwaarden van de Nederlandse Zuidvruchten Vereniging (NZV-condities), waardoor volgens haar een scheidsgerecht bevoegd was.
De rechtbank onderzocht de toepasselijkheid van het arbitraal beding en de algemene voorwaarden op grond van het Weens Koopverdrag (CISG) en het Nederlandse procesrecht. De eiseressen betwistten dat de NZV-voorwaarden van toepassing waren, omdat zij deze niet vooraf hadden ontvangen en geen stilzwijgende aanvaarding hadden gegeven. De rechtbank oordeelde dat de CISG geen expliciete regeling kent over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden, maar dat algemene beginselen vereisen dat een verwijzing naar deze voorwaarden duidelijk moet zijn en voorafgaand aan de overeenkomst aanvaard moet zijn.
De gedaagde stelde dat er een bestendige handelsrelatie was waarin steeds verwezen werd naar de NZV-condities, met duidelijke verwijzingen in orderbevestigingen en facturen, en dat de eiseres nooit protesteerde tegen deze voorwaarden. De rechtbank vond dit voldoende om de toepasselijkheid van de NZV-voorwaarden en daarmee het arbitraal beding aan te nemen. Gezien het arbitraal beding verklaarde de rechtbank zich onbevoegd en wees de vordering van de gedaagde toe. De hoofdzaak werd daarmee beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd vanwege het geldige arbitraal beding en wijst de vordering van de gedaagde toe.