ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5150
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking anonieme melding arbeidsomstandighedenwet
Eiseres verzocht op grond van de Wob om openbaarmaking van alle relevante informatie over een anonieme melding die leidde tot een inspectie van haar bedrijf. Verweerder weigerde de naam van de klager te verstrekken op grond van artikel 26 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet, dat een geheimhoudingsplicht oplegt.
De rechtbank overwoog dat artikel 26 een Pro bijzondere regeling is die de Wob opzij zet en dat deze regeling niet beperkt is tot medewerkers van het bedrijf of alleen gegronde klachten. Het doel is om klagers te beschermen zodat zij klachten onbelemmerd kunnen indienen.
Hoewel de Wob wel van toepassing is op overige informatie over de melding, oordeelde de rechtbank dat het belang bij geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking, omdat de identiteit van de klager anders alsnog achterhaald kan worden. Het individuele belang van eiseres bij openbaarmaking weegt niet mee in de belangenafweging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de naam van de klager terecht niet is vrijgegeven en dat het meldingsformulier niet openbaar gemaakt hoeft te worden vanwege privacybescherming en het voorkomen van onevenredige benadeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering tot openbaarmaking van de naam van de klager en de anonieme melding.