ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3705
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot nakoming huurovereenkomst en schadevergoeding bedrijfshal
Vermaken B.V. vordert nakoming van een huurovereenkomst met betrekking tot een bedrijfshal en schadevergoeding van €100.000 wegens vermeende onrechtmatige ontruiming door [gedaagde]. Vermaken stelt dat zij de bedrijfshal huurde van [X], van wie [gedaagde] de erfpacht had gekocht, en dat de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst op [gedaagde] zijn overgegaan. [gedaagde] betwist het bestaan van deze huurovereenkomst en de gestelde schade.
De voorzieningenrechter overweegt dat het bestaan van een huurovereenkomst niet met voldoende zekerheid is vastgesteld. Hoewel er sprake kan zijn van feitelijk gebruik door Vermaken, ontbreekt overtuigend bewijs van een bedongen tegenprestatie. Ook is onvoldoende aannemelijk dat [gedaagde] roerende zaken van Vermaken heeft verwijderd of verkocht. De kortgedingprocedure is niet geschikt voor het noodzakelijke nader feitenonderzoek, dat in een bodemprocedure moet plaatsvinden.
Gelet op het ontbreken van spoedeisend belang en de onzekerheid over de uitkomst van het nader onderzoek, wijst de voorzieningenrechter de vorderingen af en veroordeelt Vermaken in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en op 18 februari 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen tot nakoming van de huurovereenkomst en schadevergoeding worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.