ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3477
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid huurders voor herstelkosten na ontruiming woning
Op 18 maart 2002 sloten eiseres en gedaagde sub 1 en sub 2 een huurovereenkomst voor een woning. Na huurachterstanden en een vonnis tot ontruiming in 2005, werd de woning ontruimd en herstelkosten gevorderd. Gedaagden betwistten de vordering wegens verjaring, onrechtmatige ontruiming en aansprakelijkheid.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst ten tijde van de ontruiming nog bestond en dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de herstelkosten. Het verweer van verjaring faalde omdat de vordering tijdig was aangezegd en stuiting plaatsvond. Ook was de ontruiming rechtsgeldig aangezegd.
De buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van meerwerk. Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van €4.936,87 plus wettelijke rente en proceskosten. De vordering tot schadevergoeding door gedaagde sub 2 werd ingetrokken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde sub 1 en sub 2 worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van herstelkosten en rente, met proceskostenveroordeling.