ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2589
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens zorgplichtschending bij langdurige dierenopvang
In deze zaak vordert de eigenaar van een hond schadevergoeding van Stichting Dierenopvang Rijnmond, omdat hij meent dat de stichting haar zorgplicht heeft geschonden tijdens de langdurige opvang van zijn hond, die na 539 dagen is overleden. De hond was in beslag genomen bij de aanhouding van de eigenaar en overgebracht naar de stichting.
De rechtbank oordeelt dat er geen overeenkomst van bewaarneming is gesloten, maar dat sprake is van zaakwaarneming door de stichting. De eigenaar heeft onvoldoende onderbouwd dat de stichting tekort is geschoten in haar zorgplicht. De stichting heeft toegelicht dat de doodsoorzaak, een maagkanteling of maagtorsie, plotseling kan optreden zonder tekortkoming in de verzorging. Tevens is onvoldoende gebleken dat de stichting de eigenaar tijdig heeft geïnformeerd, maar de rechtbank legt ook een inspanningsverplichting bij de eigenaar om contact te zoeken.
De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen. De stichting wordt wel toegewezen de kosten van opvang en medische verzorging van de hond, die redelijk worden geacht. De eigenaar wordt veroordeeld in de proceskosten van beide procedures.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen en de eigenaar wordt veroordeeld tot betaling van opvangkosten en proceskosten.