ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2339
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens onvoldoende voortvarendheid en onjuist advies over klachttermijn bodemverontreiniging
Kadeweg B.V. kocht in 2003 land waarop in 2006 bodemverontreiniging werd ontdekt. De advocaten [gedaagde 1] en [gedaagde 2], handelend namens hun vennootschap, adviseerden Kadeweg over mogelijke juridische stappen tegen de verkoper [A]. De rechtbank stelt vast dat de klachttermijn van artikel 7:23 BW Pro begon te lopen bij de ontdekking van de verontreiniging in mei 2006. Kadeweg informeerde de advocaten echter pas in mei 2007, waarna het advies werd uitgebracht zonder adequate waarschuwing over de risico's van de verlopen klachttermijn.
De rechtbank oordeelt dat de advocaten niet met de vereiste voortvarendheid hebben gehandeld, onder meer door het late versturen van de aansprakelijkstelling en het nalaten van een tijdig onderzoek naar het tijdstip van ontdekking. Dit wordt aangemerkt als een beroepsfout. De vennootschap is daarom toerekenbaar tekortgeschoten jegens Kadeweg.
Omdat het tijdsverloop al vóór de opdrachtverlening aan de advocaten was begonnen, is onzeker in hoeverre een eerdere klacht tot een gunstiger uitkomst had geleid. De rechtbank verwijst de zaak naar schadestaatprocedure voor nadere vaststelling van de schade. De vordering tegen de individuele advocaten wordt afgewezen, omdat de overeenkomst met de vennootschap was gesloten.
Uitkomst: Vennootschap veroordeeld tot vergoeding van schade wegens beroepsfout en verwijzing naar schadestaatprocedure.