ECLI:NL:RBROT:2013:BZ0525
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijdering schutting wegens onrechtmatige hinder en betwisting erfdienstbaarheid in kort geding
De zaak betreft een geschil tussen DGG Vastgoed II B.V. en Alpha Participaties en Investeringen B.V. als eisers, en een particuliere eigenaar van een tuin als gedaagde. Eisers stellen dat de door gedaagde geplaatste schutting in de tuin, op minimale afstand van hun panden, onrechtmatige hinder veroorzaakt door vermindering van licht en uitzicht. Tevens vorderen zij een verklaring voor recht dat zij door bevrijdende verjaring een erfdienstbaarheid van uitweg en licht hebben verkregen.
De rechtbank stelt vast dat de schutting de lichtinval en het uitzicht ernstig belemmert, wat het huurgenot van de kantoorruimten schaadt. De tuin was eerder eigendom van de rechtsvoorgangers van eisers, die gewend waren aan vrij licht en zicht. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat hij op grond van art. 5:50 BW Pro gerechtigd is de situatie te handhaven, maar dit wordt voorlopig niet vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onrechtmatige hinder en beveelt de verwijdering van de schutting binnen zeven dagen, onder dwangsom. Een verklaring voor recht omtrent erfdienstbaarheid kan niet in kort geding worden gegeven vanwege de complexiteit en de noodzaak van uitgebreid bewijs. De vordering tot terugplaatsing van het bordes en trap wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van eigendomsrechten.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. De vordering tot aanwijzing van een uitweg wordt afgewezen omdat Alpha reeds een uitweg heeft en DGG door verwijdering van de schutting feitelijk weer een uitweg verkrijgt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot verwijdering van de schutting binnen zeven dagen wegens onrechtmatige hinder, met oplegging van een dwangsom.