ECLI:NL:RBROT:2013:BZ0485
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat voor misleiding bij consignatiekas-uitkering
De zaak betreft een vordering van de Staat tegen een advocaat en diens werkgever vanwege onrechtmatige uitbetaling uit de consignatiekas. De advocaat had zijn cliënten bijgestaan in een onteigeningsprocedure waarbij gelden geconsigneerd waren vanwege een betwiste hypotheekrechtpositie van een derde partij.
De Staat stelt dat de advocaat de Staat heeft misleid door te verklaren dat de procedure tegen de derde partij was afgerond en dat deze geen aanspraak kon maken op de geconsigneerde gelden, terwijl dit niet het geval was. De advocaat betwist dit en stelt dat hij juist heeft aangegeven dat de procedure nog liep.
De rechtbank overweegt dat een advocaat een zorgplicht heeft jegens cliënten en derden, waarbij misleiding van derden onrechtmatig is. De bewijslast voor misleiding rust op de Staat. De rechtbank bepaalt dat het bewijs van de Staat nog geleverd moet worden en wijst de vordering af voor zover deze tegen de werkgever is ingesteld. De procedure wordt aangehouden voor bewijslevering, waaronder getuigenverhoren, waarna een definitieve beslissing volgt.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor bewijslevering over de vermeende misleiding door de advocaat en wijst de vordering af tegen de werkgever.