ECLI:NL:RBROT:2013:BZ0135
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Te late betaling griffierecht leidt tot ontslag van de instantie
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van griffierecht. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht door eiseres te laat is voldaan, namelijk pas na de wettelijke termijn van vier weken na de eerstdienende dag.
Eiseres betoogt dat de te late betaling te wijten is aan het niet ontvangen van een factuur door haar advocaat en dat daarom de hardheidsclausule van artikel 127 lid 3 Rv Pro toegepast zou moeten worden. De rechtbank oordeelt echter dat de verplichting tot tijdige betaling losstaat van het al dan niet ontvangen van een factuur of aanmaning.
De rechtbank wijst erop dat de advocaat van eiseres geacht wordt op de hoogte te zijn van de wettelijke verplichtingen omtrent griffierechten. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat geen onbillijkheid van overwegende aard is vastgesteld.
Als gevolg hiervan wordt de gedaagde ontslagen van de instantie en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten, waaronder het griffierecht en het advocaatsalaris van de gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank ontslaat de gedaagde van de instantie wegens te late betaling van het griffierecht en veroordeelt eiseres in de proceskosten.