Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[eiser 2],
[eiser 3],
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 2 oktober 2013, met producties,
- de mondelinge behandeling d.d. 11 oktober 2013,
- de nadere producties en pleitnotities van Trudo c.s.,
- de producties en pleitnotities van [gedaagde 1],
- de conclusie van eis in reconventie, de producties en de pleitnotities van [gedaagden]
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling in conventie
inhoudvan de in de verklaring van 13 maart 2013 geuite beschuldigingen onjuist en daarmee onrechtmatig is. Daartoe is nader feitenonderzoek noodzakelijk. De onderhavige kort geding procedure leent zich niet voor nader onderzoek naar de feiten en dus naar de juistheid van de in de verklaring van 13 maart 2013 geuite beschuldigingen. Dat onderzoek zal zo nodig in een bodemprocedure moeten plaatsvinden. Daar komt bij dat in het op dit moment lopende integriteitsonderzoek naar (de bestuurders van) Trudo c.s. (zie 2.9) reeds onderzoek wordt gedaan naar de juistheid van voornoemde beschuldigingen.