Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 juli 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 17 september 2013.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.788,00(2,0 punten × tarief € 894,00)
5.De beslissing
1729]
Rechtbank Rotterdam
FNV vorderde betaling van €47.255,52 van Hertel, nadat zij beslag had gelegd op grond van een vordering op [bedrijf 1]. Hertel had deze vordering echter betaald aan de belastingdienst, waarna [bedrijf 1] failliet werd verklaard. Hertel wijzigde haar verklaring en stelde dat zij slechts aan de pandhouder, Deutsche Bank, bevrijdend kon betalen, en dat de betaling aan de belastingdienst onverschuldigd was.
De rechtbank oordeelde dat Hertel haar verklaring mocht herroepen, omdat zij niet haar recht had verwerkt en de betaling aan de belastingdienst niet als betaling aan de geëxecuteerde kon worden beschouwd. De verpanding van de vordering aan Deutsche Bank was rechtsgeldig en ging voor op het verhaalsrecht van FNV. Hertel hoefde daarom niet aan FNV te betalen.
FNV werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl Hertel werd vrijgesteld van kostenveroordeling ondanks de aanvankelijke onjuiste verklaring. Het vonnis werd uitgesproken op 2 oktober 2013 door rechter F. Damsteegt-Molier.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van FNV af omdat Hertel terecht aan de pandhouder heeft betaald en niet aan FNV.