ECLI:NL:RBROT:2013:7761
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding raam-vervoerovereenkomst en vaststelling ontbindingsvergoeding voor bestelvervoer
PostNL en USG, inclusief dochtermaatschappijen Aktiesport en Perry Sport, sloten in 2010 een raam-vervoerovereenkomst voor pakketvervoer. Vanaf oktober 2011 voerde PostNL ook vervoer uit van winkels naar klanten (stc-vervoer), waarvoor geen expliciete tariefafspraak bestond. PostNL bracht tarieven in rekening die gedaagden aanvankelijk accepteerden, maar vanaf mei 2012 betwistten.
PostNL ontbond de overeenkomst per 17 augustus 2012 wegens betalingsachterstanden. De rechtbank stelt vast dat ontbinding partijen bevrijdt van nog niet nagekomen verplichtingen, waardoor PostNL geen nakoming meer kan eisen, maar wel een vergoeding voor reeds verrichte prestaties. De waarde van deze prestaties moet in het economisch verkeer worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat voor stc-vervoer geen schriftelijke tariefafspraak bestaat en dat partijen hierover van mening verschillen. Daarom wordt de zaak verwezen voor nadere onderbouwing van de waarde van stc-vervoer en de marktconforme tarieven. Voor overige bestellingen geldt dat PostNL recht heeft op ontbindingsvergoeding ter hoogte van de onbetaalde facturen, tenzij gedaagden kunnen aantonen dat zij teveel hebben betaald en dit hebben verrekend.
De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere stukken over de waarde van stc-vervoer en verrekening, en wijst een veroordeling tot betaling als hoofdelijke schuld toe. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf de vervaldatum van de facturen. De uitspraak werd gedaan op 28 augustus 2013.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot nakoming af en verwijst de zaak voor nadere vaststelling van de ontbindingsvergoeding en verrekening.