De zaak betreft een geschil tussen eiser en Nationale-Nederlanden over de dekking van een aansprakelijkheidsverzekering na een incident waarbij eiser mishandeling pleegde, met ernstig letsel tot gevolg.
Eiser werd strafrechtelijk veroordeeld voor mishandeling, wat dwingend bewijs oplevert voor de civiele procedure. Nationale-Nederlanden beroept zich op de opzetclausule in de polis, die dekking uitsluit bij opzettelijk en wederrechtelijk handelen gericht tegen een persoon.
De rechtbank oordeelt dat het opzet gericht moet zijn op de gedraging zelf, niet op het gevolg, en dat eiser met zijn schoppende beweging opzettelijk en wederrechtelijk handelde tegen de benadeelde. Het beroep op noodweer wordt verworpen.
Het beroep van eiser op redelijkheid en billijkheid faalt, mede omdat de polisvoorwaarden duidelijk uitsluiting bevatten en de ernst van het letsel in verhouding staat tot het handelen. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.