ECLI:NL:RBROT:2013:5884

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2013
Publicatiedatum
31 juli 2013
Zaaknummer
C/10/416488 / HA ZA 13-84
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 BWArt. 6:119 BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling tot betaling door gedaagde

In deze civiele bodemzaak vordert eiseres betaling van een bedrag van €133.319,90 van gedaagde. Tijdens de procedure heeft de advocaat van gedaagde zich onttrokken, waardoor het recht van gedaagde om te concluderen voor antwoord is vervallen.

De rechtbank beoordeelt de buitengerechtelijke incassokosten en stelt deze forfaitair vast op €3.438,82, conform het rapport Voorwerk II. Daarnaast worden beslagkosten en proceskosten toegewezen aan eiseres, waarbij de proceskosten zijn begroot op €5.231,92.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke rente, de beslagkosten, proceskosten en nakosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €133.319,90 met rente, beslagkosten, proceskosten en nakosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/416488 / HA ZA 13-84
Vonnis van 12 juni 2013
in de zaak van
de stichting
[eiseres],
gevestigd te 's-Gravenhage,
eiseres,
advocaat mr. J. Verbeeke,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat voorheen mr. R. Zwiers, thans niet langer ten processe vertegenwoordigd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • de rol/rekestkaart waarin staat vermeld dat op de rolzitting van 10 april 2013 de advocaat
van gedaagde zich heeft onttrokken, waarna zich voor gedaagde geen nieuwe advocaat
heeft gesteld;
- de beslissing van de rolrechter op de rolzitting van 24 april 2013, inhoudende dat het recht
van gedaagde om te mogen concluderen voor antwoord is vervallen;
- de stukken van het op 14 december 2012 ten verzoeke van eiseres en ten laste van
gedaagde onder ABN AMRO Bank N.V. gelegde conservatoire beslag.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De gevorderde buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek zullen overeenkomstig de aanbevelingen van het rapport Voorwerk II worden begroot op € 3.438,82 (inclusief btw), omdat de daarin gehanteerde tarieven in zijn algemeenheid redelijk worden geacht en eiseres onvoldoende heeft gesteld waaruit blijkt dat meer werkzaamheden zijn verricht dan in het forfaitaire tarief besloten.
2.2.
De nakosten zullen (voorwaardelijk) worden toegewezen als hierna vermeld.
2.3.
Voor het overige kunnen de stellingen van eiseres het gevorderde dragen en zijn deze door gedaagde niet weersproken. Het gevorderde moet daarom worden toegewezen.
2.4.
Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.770,78 totaal, te weten € 349,78 voor verschotten en € 1.421,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 1.421,00).
2.5.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
  • dagvaarding €  95,92
  • griffierecht 3.715,00
  • salaris advocaat
Totaal €  5.231,92.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 133.319,90 (zegge: éénhonderddrieëndertigduizend en driehonderdnegentien euro en negentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over het bedrag van € 127.686,40 met ingang van 1 december 2012 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.770,78, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 5.231,92, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde tot betaling van € 131,00 aan nakosten, verhoogd met € 68,00 aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Rutten en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2013.
1346/209