Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
heeft verklaard dat het gesprek op zijn einde liep toen verdachte opeens vanachter zijn rug een groot mes tevoorschijn haalde en daarmee – schuin van boven naar beneden – en slaande/stekende beweging in de richting van zijn borst maakte. [benadeelde partij 1] ging in een reflex naar achteren en viel met zijn stoel achterover, waarbij hij met het mes aan zijn been geraakt werd. Verdachte is daarna – terwijl [benadeelde partij 1] op de grond lag – meerdere keren op hem af gekomen en heeft stekende bewegingen gemaakt in zijn richting, die [benadeelde partij 1] heeft afgeweerd door te schoppen. [benadeelde partij 1] heeft een schoen overgelegd met daarin een snee aan de boven- en onderzijde. [benadeelde partij 1] heeft het verloop van de gebeurtenissen zoals hiervoor weergegeven niet alleen in zijn aangifte geschetst maar, blijkens het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten die als eerste ter plaatse waren, ook gelijk na het incident op de plaats delict. [getuige 1] heeft in haar verklaring het verloop van het gesprek bevestigd en tevens dat verdachte op een totaal onverwacht moment van achter zijn rug een groot mes pakte, zich naar [benadeelde partij 1] richtte en het mes omhoog hief. [getuige 1] is op dat moment hulp gaan halen buiten de gespreksruimte. [benadeelde partij 2] heeft verklaard dat hij [getuige 1]) zag opspringen en de ruimte uit zag rennen. Toen hij naar [benadeelde partij 1] keek zag hij dat deze op de grond lag en toen al gewond was aan zijn knie. Verdachte stond met het mes naar [benadeelde partij 1] te dreigen. Verdachte heeft de ruimte verlaten toen de toegesnelde collega’s van [getuige 1] de spreekruimte binnenkwamen. Het is de rechtbank niet gebleken dat de verklaringen van de getuigen [benadeelde partij 2] en [getuige 1] innerlijk tegenstrijdig zouden zijn of anderszins onbetrouwbaar. De rechtbank verwerpt het verweer.
of omstreeks02 april 2013 te Dordrecht ter uitvoering van het door
althans met een scherp en/of puntig voorwerp
eenmaal en/ofmeermalen zwaaiende en/of stekende
en/of slaandebewegingen
in
/of (vervolgens)
gestoken en/ofgesneden,
of omstreeks02 april 2013 te Dordrecht [benadeelde partij 1] heeft bedreigd
althans met zware mishandeling,
", althans woorden van
of omstreeks02 april 2013 te Dordrecht [benadeelde partij 2] heeft bedreigd
althans met zware mishandeling,
althans
"En jij
, althans woorden van gelijke aard of strekking;
of omstreeks04 april 2013 te Dordrecht een wapen als bedoeld in art.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
2.en 3, telkens,
BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
Verder houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de hierboven genoemde deskundigen beiden de kans op herhaling groot achten, zodat het van belang is dat de maatschappij zo lang mogelijk tegen verdachte beschermd wordt.
8.Het beslag
9.De benadeelde partij
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een gevangenisstraf van 10 (tien) jaren;
imitatiewapen (Beretta);
- veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;