Uitspraak
[eiser 2],
[eiser 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 31 mei 2013, met producties;
- de brieven d.d. 5 en 11 juni 2013 van de zijde van [eisers], met producties;
- de brief d.d. 10 juni 2013 van de zijde van [gedaagde], met producties;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnotities van de zijde van [eisers];
- de pleitaantekeningen van de zijde van [gedaagde].
2.De feiten
“De geleende geldsom of het eventueel resterend gedeelte daarvan zal met de verschuldigde rente en de kosten, ineens en in één som opeisbaar zijn indien de schuldenaar niet stipt alle verplichtingen uit deze akte en de wet voortvloeiende nakomt, (…) bij gehele of gedeeltelijke vervreemding van de assurantieportefeuille van het concern waartoe koper behoort, (…); de schuldenaar zal in gebreke zijn door het enkel voorvallen van één der voormelde gebeurtenissen, zonder dat daartoe enige ingebrekestelling of soortgelijke akte of rechterlijke tussenkomst zal zijn vereist.”
“Bijlage 1 September 2012”, welke door zowel [eisers] als [C] is ondertekend, is onder meer vermeld:
3.Het geschil
- het ogenblikkelijk staken en gestaakt houden van de executie van de notariële akte d.d. 30 december 2009 en het ogenblikkelijk, binnen uiterlijk 48 uur na betekening van dit vonnis, (doen) opheffen van het door [gedaagde] ten laste van de heer [eiser 2] gelegde (executoriaal) beslag op het registergoed staande en gelegen te [adres], zulks op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een voorschot ad € 10.000,- op de vergoeding van de door [eisers] geleden schade, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
4.De beoordeling
“Bijlage 1 September 2011”is vermeld, kan de voorzieningenrechter niet volgen. Dit standpunt strookt niet met de noodzaak die [eisers] en [C] kennelijk hebben gezien om de assurantieportefeuille aan [eisers] terug te verkopen en leveren.