ECLI:NL:RBROT:2013:4658
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking last onder dwangsom door AFM
DIM Holland heeft van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een last onder dwangsom opgelegd gekregen wegens het niet verstrekken van essentiële informatie aan obligatiehouders, wat een misleidende handelspraktijk vormt in strijd met de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) en het Burgerlijk Wetboek (BW).
DIM Holland heeft in de voorzieningenprocedure niet de rechtmatigheid van het bestreden besluit betwist en erkent dat de begunstigingstermijn is verstreken en het maximale bedrag aan dwangsommen is verbeurd. Het geschil richt zich uitsluitend op de vraag of AFM tot openbaarmaking van de last onder dwangsom mag overgaan.
De voorzieningenrechter stelt vast dat DIM Holland verwijtbaar heeft gehandeld en dat volgens vaste jurisprudentie het uitgangspunt is dat de sanctie openbaar wordt gemaakt. De stelling van DIM Holland dat de overtreding inmiddels is hersteld en dat openbaarmaking onterecht is, wordt verworpen omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat de situatie materieel overeenkomt met het prospectus en omdat het belang van de openbaarmaking, waaronder generieke preventie en bescherming van toekomstige kopers, zwaarder weegt.
Daarom is er geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van openbaarmaking en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de openbaarmaking van de last onder dwangsom wordt afgewezen.