Uitspraak
VONNIS (ontneming)
[naam veroordeelde] ,
€ 740.031,06 (zegge: zevenhonderdveertigduizendeenendertig euro en zes eurocent).
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 23 oktober 2013 uitspraak gedaan in een ontnemingsvordering tegen de veroordeelde, die eerder op 24 april 2012 is veroordeeld wegens gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 13 april 2011. De officier van justitie had een bedrag van ruim €1,5 miljoen gevorderd als wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een kasopstelling van 2007 tot 2011.
De rechtbank oordeelde dat het deel van de vordering dat ziet op de periode vóór 2010 niet meegenomen kan worden omdat daarvoor geen bewezen strafbare feiten zijn vastgesteld en er geen concrete aanwijzingen zijn voor andere strafbare feiten. Het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarom vastgesteld op het reeds in het eerdere vonnis vastgestelde bedrag van €740.031,06.
De rechtbank verwierp het verweer dat winsten uit gokken in mindering gebracht moesten worden. Ook werden geen omstandigheden gevonden die matiging van het terug te betalen bedrag rechtvaardigen. De veroordeelde is daarom verplicht het volledige bedrag aan de Staat te betalen.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, in aanwezigheid van de griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht €740.031,06 aan de Staat te betalen wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit gewoontewitwassen.