ECLI:NL:RBROT:2013:10117

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2013
Publicatiedatum
18 december 2013
Zaaknummer
12/653
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 WobArt. 3 WobArt. 28 Wet bibob
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk tegemoetkomen aan Wob-verzoek inzake Wet bibob toetsing exploitatievergunning

Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om diverse documenten met betrekking tot een exploitatievergunning en de toepassing van de Wet bibob. Verweerder maakte een deel van de gevraagde stukken openbaar, maar weigerde de documenten met betrekking tot de Wet bibob toetsing vanwege een geheimhoudingsplicht.

De rechtbank oordeelde dat de informatie over de beoordeling of het Bureau bibob om advies moest worden gevraagd niet in documenten is vastgelegd. De stelling van eiser dat dergelijke documenten wel aanwezig moeten zijn, omdat in een aanvraag sprake was van een handlangerrelatie, was onvoldoende om het tegendeel aannemelijk te maken.

Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de bijzondere openbaarmakingsregeling van de Wet bibob die de Wob opzij zet en benadrukt dat bestuursorganen niet verplicht zijn om niet-bestaande documenten te verstrekken.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de Wet bibob-toetsing niet in documenten is vastgelegd en daarom niet verstrekt kan worden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1
zaaknummer: DOR 12/653

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2013 in de zaak tussen

[naam], te [plaats], eiser,

en

de burgemeester van de gemeente Dordrecht, verweerder,

gemachtigden: mr. G. Boukich, mr. drs. J.E. Ossewaarde en mr. E.A. van Dommelen.

Procesverloop

Bij besluit van 20 januari 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder een aantal met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) door eiser verzochte documenten met betrekking tot [bedrijf] te [plaats] niet openbaar gemaakt.
Bij besluit van 8 juni 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser deels gegrond en voor het overige ongegrond verklaard.
Eiser heeft op 11 juni 2012 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2013. Eiser is verschenen
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden
.

Overwegingen

1.
Bij brief van 9 december 2011 heeft eiser met een beroep op de Wob verzocht om hem met betrekking tot [exploitant], handelend onder de naam [bedrijf], gevestigd aan de [adres bedrijf], de volgende stukken doen toekomen:
1.
Aanvraag exploitatievergunning
2.
Correspondentie (algehele)
3.
Exploitatievergunning
4.
Wet bibob aanvraag zo niet de reden daarvan
5.
Wet bibob toetsing zo niet de reden ervan
6.
Alle relevante documenten van aanvraag tot verlening van de exploitatievergunning.
2.
Bij het primaire besluit heeft verweerder het aanvraagformulier en de exploitatievergunning openbaar gemaakt. Het gevraagde onder 4. en 5. heeft verweerder niet openbaar gemaakt nu in artikel 28 van Pro de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Wet bibob) een bijzonder geheimhoudingsverplichting is opgenomen, die aan openbaarmaking in de weg staat. Voorts heeft verweerder meegedeeld dat (uit de gegevens die zijn overgelegd bij) de aanvraag om een exploitatievergunning voor het perceel [adres bedrijf] geen aanleiding is gebleken tot het instellen van een Wet bibob-onderzoek. De overige correspondentie met betrekking tot de exploitatievergunning heeft verweerder niet openbaar gemaakt, omdat daarin bedrijfsgegevens zijn opgenomen.
2.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder met overneming van het advies van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Dordrecht van 21 mei 2012 het bezwaar deels gegrond verklaard en de Bibob-beleidslijn van 16 november 2003 alsnog aan eiser verstrekt. Met betrekking tot de overige door eiser verzochte stukken heeft verweerder zich, onder verwijzing naar de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) op het standpunt gesteld dat stukken die te maken hebben met de toetsing van de betreffende aanvraag om een exploitatievergunning aan de Wet bibob onder de geheimhoudingsplicht van die wet vallen. De Wet bibob bevat een bijzondere openbaarmakingsregeling die de Wob opzij zet. Voor zover het verzoek van eiser ziet op het verkrijgen van informatie met betrekking tot de toetsing van de aanvraag om een exploitatievergunning aan de Wet bibob, gaat het niet om informatie die is opgeslagen in documenten. Verweerder kon deze informatie dan ook niet verstrekken.
3.
Eiser stelt in beroep dat verweerder niet de gevraagde Wet bibob-toetsing heeft overgelegd waaruit blijkt waarom verweerder wel of geen toetsing wilde aanvragen ten behoeve van de aanvraag om een exploitatievergunning van [exploitant]. Hij kwam in een aanvraag van een huurder van eiser naar voren als handlanger van eiser in de tijd dat[exploitant] het perceel [adres] huurde.
4.
Op grond van artikel 1, aanhef en onder a, van de Wob wordt onder een document verstaan een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat.
Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.
Op grond van het tweede lid van dit artikel vermeldt de verzoeker bij zijn verzoek de bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document, waarover hij informatie wenst te ontvangen.
5.
Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat eiser inzicht wil hebben aangaande de beoordeling van de vraag of het Bureau bibob om advies moet worden gevraagd. Zoals uit het bestreden besluit blijkt is deze informatie niet opgeslagen in documenten. Volgens vaste jurisprudentie, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 30 september 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BJ8916), is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer bij hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt, om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch bij dat bestuursorgaan berust. De overweging van verweerder in het bestreden besluit dat de toetsing aan de Wet bibob niet in een document wordt vastgelegd, komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder toch over een dergelijk document beschikt. De enkele stelling van eiser dat een dergelijk document wel aanwezig moet zijn, omdat in de aanvraag van het bibob-advies betreffende eiser de [exploitant] als zijn handlanger wordt genoemd, is daarvoor onvoldoende.
6.
Het beroep dient ongegrond verklaard te worden.
7.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzitter, en mr. A.I. van Strien en mr. M.A. Veneberg, leden, in aanwezigheid van J. van Mazijk, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2013.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.