ECLI:NL:RBROT:2012:BZ0626
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Fiege
- Rechtspraak.nl
LBIO handelt onrechtmatig door alimentatie niet door te betalen tijdens hoger beroep
In deze zaak vordert eiseres dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) de door haar geïnde alimentatiegelden aan haar uitkeert en de inning voortzet, ondanks het hoger beroep van de alimentatieplichtige tegen de vastgestelde kinderbijdrage. De rechtbank stelt vast dat het LBIO volgens artikel 1:408 lid 11 BW Pro verplicht is de geïnde gelden aan de rechthebbende uit te betalen zodra aan de voorwaarden is voldaan.
Het LBIO had de inning voortgezet maar de geïnde bedragen in depot gehouden en niet doorbetaald vanwege het restitutierisico bij het hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelt dat het LBIO geen beleidsvrijheid heeft om de betaling op te schorten en dat de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking een executoriale titel vormt die betaling afdwingt.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres toe en beveelt het LBIO binnen zeven dagen de geïnde alimentatie aan haar over te maken en de inning voort te zetten. Tevens wordt het LBIO veroordeeld in de proceskosten en een dwangsom opgelegd bij niet-nakoming. Het LBIO handelt onrechtmatig door de betaling op te schorten en daarmee de belangen van eiseres te schaden.
Uitkomst: Het LBIO wordt veroordeeld de geïnde alimentatie binnen zeven dagen aan eiseres uit te keren en de inning voort te zetten.