ECLI:NL:RBROT:2012:BY9340
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Nietigheid huurovereenkomst werknemer aan werkgever wegens belangenverstrengeling en beoordeling tekortkoming PGB-gelden
De werknemer, tevens directeur van de zorginstelling, heeft zonder medeweten van het bestuur een pand aan de werkgever verhuurd. De kantonrechter oordeelt dat deze huurovereenkomst nietig is wegens ernstige belangenverstrengeling en strijd met de goede zeden. Ondanks de nietigheid moet de werkgever een redelijke gebruiksvergoeding betalen voor de periode dat het pand werd gebruikt.
Daarnaast heeft de werknemer PGB-gelden van cliënten op zijn privé-rekening laten storten. Dit leidde tot een conflict en aangifte wegens verduistering. De kantonrechter stelt vast dat het bestuur de bedrijfsvoering onvoldoende heeft gecontroleerd en dat het handelen van de werknemer niet zonder meer onrechtmatig is. De beoordeling van een tekortkoming op grond van artikel 7:661 BW Pro wordt aangehouden.
De deskundigenrapporten over de huurwaarde en de financiële verantwoording zijn deels betwist, waarbij het rapport over de PGB-gelden niet als onafhankelijk wordt beschouwd. De kantonrechter laat de werkgever toe bewijs te leveren van tekortkoming en verwijst de zaak naar een openbare zitting voor verdere bewijslevering en getuigenverhoor.
Uitkomst: De huurovereenkomst is nietig, maar de werkgever moet een gebruiksvergoeding betalen; de beoordeling van tekortkoming inzake PGB-gelden wordt aangehouden.