ECLI:NL:RBROT:2012:BY9067
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- N.C.H. Blankevoort
- T.J.M. Gijsberts
- A.W.H. Vink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak handel in verdovende middelen
In deze strafzaak tegen verzoekers, verdacht van handel in verdovende middelen en deelname aan een criminele organisatie, werd een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die de zaak behandelden. De wraking was gebaseerd op het feit dat de rechtbank de aanhouding van de behandeling weigerde om een belangrijke buitenlandse getuige, die in het ziekenhuis verblijft, alsnog te horen.
De verdediging stelde dat het belang van de getuige groot was vanwege zijn vermeende leidende rol en de vele tapgesprekken die als bewijs dienden. De rechtbank had echter geoordeeld dat de verdediging reeds gelegenheid had gehad om de getuige te horen en dat de enkele mogelijkheid dat hij alsnog zou verklaren onvoldoende was om de zaak aan te houden.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek niet bedoeld is om onwelgevallige rechterlijke beslissingen aan te vechten, maar om te beoordelen of er objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat. De beslissing van de rechtbank kon niet anders worden verklaard dan door een onpartijdige afweging. De wrakingsverzoeken werden daarom afgewezen en de strafzaak werd voortgezet.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen; behandeling strafzaak wordt voortgezet.