ECLI:NL:RBROT:2012:BY7613
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na schietincident in kader van drugshandel toegewezen aan slachtoffer
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzetprocedure tegen een verstekvonnis in een zaak over schadevergoeding na een schietincident op 16 juli 2004, waarbij eiser gewond raakte door schoten van gedaagde. De rechtbank oordeelde dat de verstekdagvaarding terecht openbaar was betekend, waardoor het verjaringsverweer van gedaagde faalde.
De feiten zijn bewezen verklaard in een eerder strafvonnis, waarin gedaagde werd veroordeeld voor poging tot afpersing en het afvuren van schoten op eiser. Dit onrechtmatig handelen leidt tot aansprakelijkheid voor de geleden schade. De rechtbank beoordeelde de materiële schade, waaronder kleding en medische kosten, en wees deze grotendeels toe, met uitzondering van bepaalde medische kosten die niet voldoende causaal verband vertoonden.
Voor immateriële schade stelde eiser blijvende beperkingen en psychische klachten vast, waaronder een posttraumatische stressstoornis. De rechtbank kende hiervoor een redelijke vergoeding toe van €8.000,-. Het verweer dat eiser mede schuld zou hebben vanwege betrokkenheid bij drugshandel werd verworpen op grond van de ernst van het onrechtmatig handelen van gedaagde.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van in totaal €9.756,92 vermeerderd met wettelijke rente, met verrekening van reeds door een derde betaalde bedragen. Tevens werden de proceskosten aan gedaagde opgelegd. Het verstekvonnis werd vernietigd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van €9.756,92 schadevergoeding en proceskosten, en vernietigt het verstekvonnis.