ECLI:NL:RBROT:2012:BY5731
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter Rotterdam niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Op 6 september 2012 vond een zitting plaats waarbij verzoekers aanwezig waren en kennis namen van de uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter die zij later wilden wraken. Het wrakingsverzoek werd pas op 17 september 2012 ingediend, ruim na de zitting. Volgens vaste jurisprudentie moet een wrakingsverzoek onmiddellijk worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn, met slechts een korte beraadtermijn toegestaan.
Verzoekers stelden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij nauwelijks Nederlands spreken en niet op de hoogte waren van de wrakingsmogelijkheid tijdens de zitting. Na reflectie en juridisch advies dienden zij het verzoek in. De wrakingskamer oordeelde echter dat gezien de omstandigheden en het feit dat hun advocaat al op 31 juli 2012 was ingeschakeld, van verzoekers mocht worden verwacht dat zij het verzoek binnen enkele dagen na de zitting hadden ingediend.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Verzoekers en hun advocaat waren voor de zitting uitgenodigd, maar verschenen op de vervolgdatum niet. De beslissing werd op 11 december 2012 uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn voor indiening.