ECLI:NL:RBROT:2012:BY5066
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig in rekening brengen van bemiddelingskosten in strijd met Wet financieel toezicht
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag van €6.350 dat hij betaalde aan de gedaagde vennootschap voor bemiddelingskosten. De rechtbank onderzoekt of eiser vooraf adequaat geïnformeerd is over deze kosten en of het in rekening brengen daarvan is toegestaan onder de Wet financieel toezicht (Wft).
Eiser slaagt er niet in te bewijzen dat het bedrag betrekking had op een verzekering, zoals door gedaagde werd gesteld. Uit getuigenverklaringen blijkt dat eiser niet vooraf adequaat is geïnformeerd over de hoogte en specificatie van de bemiddelingskosten. De gedaagde bestuurder erkent dat hij wist dat het in rekening brengen van dergelijke kosten verboden was volgens de Wft, maar bracht ze desondanks in rekening.
De rechtbank oordeelt dat dit handelen onrechtmatig is en veroordeelt de vennootschap en haar bestuurder hoofdelijk tot betaling van €6.350, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 9 juni 2009. De vordering in reconventie wordt afgewezen. Tevens worden proceskosten toegewezen aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de vennootschap en haar bestuurder tot betaling van €6.350 vermeerderd met wettelijke rente wegens onrechtmatig in rekening brengen van bemiddelingskosten.