ECLI:NL:RBROT:2012:BY4517
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling schadevergoeding na explosie in pand te ’s-Gravenhage
Deze civiele procedure betreft de afwikkeling van schade veroorzaakt door een explosie op 28 juni 2003 in een pand te ’s-Gravenhage. Diverse eigenaren en gebruikers van aangrenzende percelen vorderen schadevergoeding van Eurogoud, dat aansprakelijk is gesteld. Tevens zijn verzekeraars betrokken die dekking bieden op grond van afgesloten polissen.
De rechtbank behandelt meerdere procedures die zijn samengevoegd, waarbij onder meer de omvang van de schade, de wijze van schadeberekening en de toepassing van verzekeringsvoorwaarden centraal staan. De rechtbank bevestigt het uitgangspunt dat schade gelijk is aan de waardevermindering van het pand, waarbij ontvangen subsidies en verzekeringsuitkeringen in mindering worden gebracht. Diverse vorderingen van eisers worden toegewezen, waarbij voor sommige partijen het bewijs van schade nog nader moet worden vastgesteld in een schadestaatprocedure.
Verzekeraars hebben een beroep gedaan op opschorting van uitkeringen op grond van art. 7:954 lid 5 jo Pro. 7:955 BW, maar dit beroep wordt door de rechtbank verworpen. Eurogoud wordt veroordeeld tot betaling van schadebedragen aan eisers, terwijl verzekeraars worden veroordeeld tot betaling aan Eurogoud van de bedragen die Eurogoud aan eisers moet voldoen. De zaak met betrekking tot AON wordt afgewezen. De rechtbank veroordeelt de partijen in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eurogoud wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan eisers en verzekeraars tot betaling aan Eurogoud, met enkele zaken verwezen naar schadestaatprocedure.