ECLI:NL:RBROT:2012:BY3378
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Betaling provisie op toegekende subsidie op grond van schriftelijke subsidieovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres betaling van een provisiebedrag van 15% over de aan gedaagde toegekende subsidies, zoals vastgelegd in een subsidieovereenkomst tussen partijen. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat er geen schriftelijke overeenkomst is en dat betaling pas verschuldigd zou zijn na daadwerkelijke ontvangst van de subsidie.
De rechtbank stelt vast dat de subsidieovereenkomst op 9 en 11 maart 2010 door beide partijen is ondertekend, waarbij ook de algemene voorwaarden van eiseres van toepassing zijn verklaard. Gedaagde heeft na het gestelde gesprek met een vertegenwoordiger van eiseres de overeenkomst ondertekend en daarmee ingestemd met de bepalingen, die duidelijk zijn en geen ruimte laten voor de door gedaagde voorgestelde uitleg.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de hoofdsom toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van € 10.169,41, vermeerderd met de overeengekomen rente. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de provisie over toegekende subsidies en proceskosten.