ECLI:NL:RBROT:2012:BY2885
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot wedertewerkstelling na toezegging vaste aanstelling
Eiser trad op 1 oktober 2010 in tijdelijke dienst bij gedaagde als docent ter vervanging van een zieke werknemer. Op 23 juni 2011 kreeg hij in een beoordelingsgesprek een toezegging van een vaste aanstelling per 1 augustus 2011, welke hij aanvaardde. Gedaagde kwam hier later op terug met het standpunt dat het beleid vaste aanstellingen alleen toestond na een jaar werken in eigen uren, wat bij eiser niet het geval was.
Eiser werd arbeidsongeschikt en startte een re-integratietraject. Hij vorderde in kort geding wedertewerkstelling en schriftelijke bevestiging van zijn inzet voor het schooljaar 2012/2013. Gedaagde voerde verweer met onder meer het ontbreken van een spoedeisend belang en het niet kunnen nakomen van de toezegging vanwege formatiebeperkingen en arbeidsongeschiktheid.
De kantonrechter oordeelde dat de toezegging van vaste aanstelling aannemelijk is en dat eiser gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de vestigingsdirecteur die hem de toezegging deed. Het verweer dat gedaagde bevoegd gezag was en de toezegging niet bindend was, faalde. Ook het beroep op nieuwe omstandigheden en het economische klimaat was onvoldoende om terug te komen op de toezegging.
De kantonrechter kende eiser een voorlopige voorziening toe, waarbij gedaagde wordt veroordeeld om werkzaamheden aan te bieden en schriftelijk te berichten over de inzet voor het schooljaar 2012/2013, met een gematigde dwangsom bij niet-nakoming. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om eiser werkzaamheden aan te bieden en schriftelijk te berichten over inzet schooljaar 2012/2013 onder dwangsom.