ECLI:NL:RBROT:2012:BY1973
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gerechtvaardigd vermoeden van verzekeringsfraude en registratie in registers
In deze zaak vordert eiser verwijdering van zijn registratie in diverse registers door Allianz, die hem verdenkt van het in scène zetten van een inbraak om een verzekeringsclaim te frauderen. De rechtbank heeft in een tussenvonnis vastgesteld dat het vermoeden van fraude objectief gerechtvaardigd is.
De rechtbank overweegt dat registratie een inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer en daarom moet voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit betekent dat de belangenafweging tussen het belang van Allianz bij fraudebestrijding en de privacybelangen van eiser proportioneel en subsidiariteit moet zijn.
Hoewel Allianz aanvankelijk onvoldoende inzicht gaf in haar belangenafweging, kan uit haar stellingen worden afgeleid dat zij de ernst van de gedragingen van eiser en het maatschappelijke belang bij fraudebestrijding zwaar heeft laten wegen. De nadelen voor eiser, zoals hogere verzekeringskosten en negatieve aandacht op het werk, wegen volgens de rechtbank minder zwaar. De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en bevestigt de rechtmatigheid van de registratie wegens gerechtvaardigd vermoeden van fraude.