ECLI:NL:RBROT:2012:BY1096
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rogatoire commissie en beoordeling functioneel verschoningsrecht officier van justitie
De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele procedure waarin de Ontvanger van de Belastingdienst en de Staat stelden dat woningen gefinancierd waren met drugsgeld. Gedaagde 3 werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs en riep een officier van justitie als getuige op. Deze getuige beriep zich op het functioneel verschoningsrecht op grond van haar ambt.
De rechtbank onderzocht of de getuige een geheimhoudingsplicht heeft die het verschoningsrecht rechtvaardigt, waarbij de wetgeving omtrent de Wet op de Rechterlijke Organisatie werd betrokken. De rechtbank vond dat onvoldoende was toegelicht of de geheimhoudingsplicht daadwerkelijk van toepassing was en gaf de getuige en partijen gelegenheid om zich nader uit te laten.
Daarnaast verzocht gedaagde 3 om een rogatoire commissie naar Turkije uit te laten gaan om buitenlandse getuigen te horen. De rechtbank oordeelde dat een dergelijke commissie niet verplicht is en dat de buitenlandse getuigen ook in Nederland kunnen worden gehoord. Het verzoek werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing van bezwaren tegen hun komst naar Nederland.
De rechtbank hield de beslissing over het verschoningsrecht aan en verwees de zaak naar de rol voor verdere processtukken. De procedure werd gestructureerd met het oog op waarheidsvinding en de belangenafweging tussen geheimhouding en bewijsvoering.
Uitkomst: Het verzoek tot het uitgaan van een rogatoire commissie naar Turkije wordt afgewezen en de beslissing over het beroep op het functioneel verschoningsrecht wordt aangehouden.