ECLI:NL:RBROT:2012:BX9948
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onttrekking woonruimte aan bestemming door hennepkwekerij
Eiser huurde sinds november 2009 een woning in Rotterdam waarin zonder vergunning een deel van de woonruimte was onttrokken aan de bestemming ten behoeve van een hennepkwekerij. Dit maakte de woning ongeschikt voor bewoning. Verweerder legde een bestuurlijke boete van €4.000 op wegens overtreding van artikel 30 van Pro de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening.
Eiser voerde aan dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat hij de woning onderverhuurde en niet op de hoogte was van de hennepkwekerij. Ook stelde hij dat hij eerst gewaarschuwd had moeten worden en dat de boete vanwege zijn lage inkomen onevenredig was. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs voor onderverhuur had geleverd en dat hij als huurder verantwoordelijk was voor de overtreding.
De rechtbank oordeelde dat de opgelegde boete binnen het wettelijke maximum van €18.500 viel en in overeenstemming was met de beleidsregels. Gezien de ernst van de overtreding, de verwijtbaarheid en de omstandigheden was de boete passend en niet onevenredig. Het beroep werd ongegrond verklaard en een betalingsregeling voor de boete was getroffen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de bestuurlijke boete van €4.000 wegens onttrekking van woonruimte aan de bestemming door hennepkwekerij.