ECLI:NL:RBROT:2012:BX7291
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij te late betaling griffierecht in verzetprocedure
In deze civiele zaak bij de Rechtbank Rotterdam werd een verzetprocedure behandeld waarin de gedaagde te laat het griffierecht had betaald. De rechtbank stelde vast dat het griffierecht uiterlijk op 25 januari 2012 betaald had moeten zijn, maar pas op 9 februari 2012 was ontvangen. De gedaagde voerde aan dat zij de aanmaning tot betaling als eerste nota had opgevat en dat zij met de betaling op 9 februari aan het verzoek had voldaan.
De rechtbank overwoog dat hoewel de gedaagde, bijgestaan door een advocaat, geacht mocht worden op de hoogte te zijn van de betalingsverplichtingen, er bijzondere omstandigheden waren die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Het ging om een verzetprocedure waarbij het verstekvonnis kracht van gewijsde krijgt, waardoor de toegang tot de rechter direct op het spel staat zonder inhoudelijke beoordeling van de rechtsverhouding.
Daarnaast speelde mee dat de procedure startte in een overgangsperiode waarin de rechtbanken generiek de hardheidsclausule toepasten vanwege aanpassingen in administraties na nieuwe wettelijke bepalingen. De aanmaning van 3 februari 2012 kon de indruk wekken dat betaling binnen veertien dagen zonder gevolgen zou zijn. De sanctie op te late betaling in verzetprocedures is vooral bedoeld als prikkel voor tijdige betaling en niet voor rechtszekerheid. Gezien deze omstandigheden weigerde de rechtbank het verstekvonnis te bekrachtigen om onbillijkheid te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank past de hardheidsclausule toe en bekrachtigt het verstekvonnis niet wegens onbillijkheid van overwegende aard.