ECLI:NL:RBROT:2012:BX4714
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen gemeente bij beëindiging erfpachtrecht en ontruiming
De zaak betreft een geschil tussen een erfpachter en de gemeente over de beëindiging van het erfpachtrecht en de daarbij behorende schadevergoeding. De rechtbank stelde vast dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door gedurende ruim een jaar niet te reageren op het voorstel van maart 2009, waardoor de schadevergoeding moest worden vastgesteld op basis van het beleid en juiste parameters zoals in dat voorstel.
De gemeente had een vergoeding van €96.892,00 berekend minus kosten koper en sloopkosten, terwijl eiser stelde dat de vergoeding €104.000,00 moest bedragen en dat sloopkosten voor rekening van de gemeente kwamen. De rechtbank oordeelde dat de berekening van de gemeente conform het beleid was, maar dat de sloopkosten niet in mindering mochten worden gebracht en dat een premie van €30.000,00 voor 'uit handen breken' verschuldigd was.
Ook werd geoordeeld dat eiser geen erfpachtcanon verschuldigd was tot 1 januari 2011 en dat het erfpachtrecht per 31 mei 2011 als geëindigd moest worden beschouwd. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van €126.892,00 plus wettelijke rente vanaf 1 mei 2009 en tot vergoeding van proceskosten. Eiser werd veroordeeld tot ontruiming van het perceel binnen vier weken, zonder verplichting tot verwijdering van opstallen.
De rechtbank wees de vorderingen van de gemeente tot betaling van erfpachtcanon vanaf 2006 af en stelde dat de gemeente ontruimingsvordering terecht was, maar dat de termijn van twee weken te kort was. De proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst van de procedure.
Uitkomst: De gemeente is veroordeeld tot betaling van €126.892,00 plus wettelijke rente en eiser moet het perceel binnen vier weken ontruimen zonder verwijdering van opstallen.