ECLI:NL:RBROT:2012:BX4109
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid huurder bij drugshandel
Eiseres vorderde ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde wegens handel in verdovende middelen door haar zoon vanuit het gehuurde. De rechtbank stelde twee vragen centraal: of de zoon vanuit het gehuurde drugs handelde en of gedaagde daarvan op de hoogte was of daarmee ernstig rekening moest houden.
Uit het tussenvonnis bleek dat handel in verdovende middelen vanuit het gehuurde voorshands bewezen was. Gedaagde kreeg de mogelijkheid tot tegenbewijs, maar zag daarvan af. Eiseres bracht politie-inspecteurs als getuigen aan die verklaringen aflegden over korte bezoeken van vermoedelijke drugsgebruikers en vondsten in het gehuurde.
De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende overtuigend was dat gedaagde op de hoogte was van de drugshandel of daarmee ernstig rekening moest houden. De waarnemingen van bezoekers en het niet op slot zetten van vervoermiddelen waren onvoldoende aanwijzingen. Ook de vondst van een busje pepperspray werd niet als bewijs van betrokkenheid gezien.
Daarmee was niet vastgesteld dat gedaagde zich niet als goed huurder had gedragen. De vordering tot ontbinding werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid van gedaagde.