ECLI:NL:RBROT:2012:BX3452
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Geschil over non-concurrentiebeding en schadevergoeding na uittreding uit samenwerkingsverband organisatieadviseurs
Eisers en gedaagden waren partijen in een samenwerkingsverband binnen de DWM-groep, gericht op dienstverlening en opleidingen. Na uittreding van gedaagden werden non-concurrentiebedingen overeengekomen die zakelijke contacten met cliënten, leads en prospects van de DWM-groep beperkten. Eisers stelden dat gedaagden deze bedingen hadden geschonden en daardoor schade hadden veroorzaakt.
De rechtbank behandelde een incident tot voorlopige voorziening, waarbij eisers een voorschot op de schadevergoeding vorderden. De kern van het geschil betrof de uitleg van de contactverboden, de toepassing van een 28%-regeling bij overstap van cliënten, en de nakoming van bereidstellingsverplichtingen door gedaagden.
De rechtbank oordeelde dat het contactverbod niet beperkt was tot actieve werving, maar ook passieve zakelijke contacten omvatte. Gedaagden hadden in meerdere gevallen het verbod overtreden, waaronder contacten met het Controllers Instituut en CRH, en het niet nakomen van bereidstellingsverplichtingen voor ING Direct en Sanoma Magazines. De deskundige stelde vast dat zakelijke contacten hadden plaatsgevonden en opdrachten waren uitgevoerd.
De rechtbank kende boetes toe voor de overtredingen en beperkte schadevergoedingen voor niet nagekomen werkzaamheden. De vordering tot een voorschot werd deels toegewezen, met een totaalbedrag van € 264.699,96 plus wettelijke rente, zonder zekerheidstelling. Proceskosten werden gecompenseerd. De zaak werd verwezen naar de hoofdzaak voor verdere behandeling.
Uitkomst: Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van voorlopige voorzieningen van in totaal € 264.699,96 plus wettelijke rente wegens schending van non-concurrentiebedingen en niet-nakoming van bereidstellingsverplichtingen.