ECLI:NL:RBROT:2012:BX3218
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervoerder mag retentierecht op lading uitoefenen alleen voor recente vrachtvordering, niet voor oude schulden jegens derde
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een vervoerder en een oliemaatschappij over het uitoefenen van een retentierecht op de inhoud van 13 zeecontainers met basisolie. De vervoerder heeft het retentierecht uitgeoefend wegens onbetaalde vrachtkosten, zowel voor het recente vervoer van de containers als voor oudere vrachtvorderingen op een derde partij, Rekor, die in een faillissementsprocedure verkeert.
De oliemaatschappij, eigenaar van de lading, stelt dat de vervoerder zich jegens haar slechts kan beroepen op het retentierecht voor de vracht van het onderhavige vervoer en niet voor oudere vrachtvorderingen op Rekor, omdat tussen vervoerder en oliemaatschappij geen contractuele relatie bestaat. De vervoerder betwist dit en beroept zich op een contractueel retentierecht dat ook jegens de oliemaatschappij zou gelden.
De rechtbank oordeelt dat het contractuele retentierecht tussen vervoerder en Rekor niet zonder meer jegens de oliemaatschappij kan worden ingeroepen. Ook algemene rechtsbeginselen bieden geen grond om het retentierecht uit te breiden naar oudere vrachtvorderingen jegens de oliemaatschappij. De vervoerder wordt veroordeeld tot vrijgave van de lading na zekerheidstelling voor de vracht van circa €40.000,- voor het onderhavige vervoer. De vordering tot vrijgave in Turkije wordt afgewezen, evenals het beroep op onrechtmatig handelen door het wegvoeren van de containers naar Frankrijk.
Uitkomst: Vervoerder moet lading vrijgeven aan oliemaatschappij na zekerheidstelling voor recente vracht, retentierecht voor oude vrachtvorderingen jegens derde wordt afgewezen.